Pieter Jeppe is de jongste zoon uit een gezin, waarvan de
vader kapitein was, de oudste zoon en alle schoonzoons even
eens. In het gezin waar Pieter opgroeide was het varen in al
zijn facetten vanzelfsprekend het gesprek van de dag. Een
plaats aan boord van een zeeschip als matroos of kajuitsjongen
was in het geheel niet moeilijk voor hem te vinden. Als Pieter
voor het eerst naar zee gaat heeft zijn vader zijn loopbaan op
zee al afgesloten.
Sinds 1872 is er op het eiland een officiële inrichting voor
zeevaartkundig onderwijs. In 1877 betaalt Pieter F 3, 75
schoolgeld voor zeevaartkundig onderwijs op het eiland.
Van 9 Aug. 1882 - 7 Juli 1883 vaart Pieter als 1e stuurman op
de Bark Soerabaia groot 739 ton, gebouwd in 1862, naamsein
P.M.B.J. rederij: J. Koning en Van Delden te Rotterdam. De
Soerabaia heeft in Maassluis koopmansgoederen (stukgoed en
vele kleine partijen van diverse artikelen) geladen en ver
trekt 6 September 1882 naar zee met bestemming Soerabaja. Het
schip komt daar aan op 10 Januari 1883. Na lossing van de
lading wordt in dezelfde haven een lading ingenomen bestaande
uit suiker en kapok, met bestemming Melbourne. Vertrek naar
zee 10 Maart 1883, aankomst Melbourne 30 April 1883. Na los
sing van de voor Australië bestemde lading wordt ballast
ingenomen. Met ballast vertrekt de Soerabaia op 30 Mei. Bij
vertrek blijkt dat 4 man ontbreken, gedrost (goudkoorts?). Op
4 Juni 1883 arriveert de Soerabaia in New Castle Australië.
Aldaar wordt de ballast gelost en een lading steenkool ingeno
men. Helaas is het aansluitende gedeelte van de totale reis
niet bekend. Uit andere bronnen blijkt dat de terugreis naar
het vaderland rond Kaap de Goede Hoop gaat en via St. Helena.
Twee dagen voor aankomst te St. Helena overlijdt de kapitein.
Teensma neemt dan het gezag over op 1 Februari 1884 en stuurt
per brief verslag van het gebeurde aan zijn reder. Er wordt
proviand ingeslagen en de reis naar Nederland wordt voortge
zet. In April 1884 arriveert het schip in Dordrecht na een
afwezigheid van 220 dagen. De Soerabaia krijgt bij thuis
komst een andere reder: Jacob Vriesendorp in Dordrecht.
De zeilvaart heeft het getij niet mee.Stoomvaartlijnen nemen
een gedeelte van het goederenvervoer, het post- en passagiers
vervoer over. Havens worden ten gerieve van de stoomvaart
verbeterd, kaden aangelegd, toegangen verruimd. DeSoerabaia
krijgt een andere naam: Merwede gedomicilieerd in
Dordrecht, naamsein P.M.B.J.
In 1885 en 1886 vaart Pieter als kapitein op de Merwede. Een
zeetijding meld in 1886 dat de Merwede in Bremerhaven te
koop ligt met aanzienlijke averij. Het schip is op 27 November
1887 onder kapitein A. Mosterman te Bremerhaven in averij
verkocht.
In 1886-1887 komt Pieter Teensma niet voor in het register van
kapiteins. In deze tijd is hij meermalen thuis geweest of
heeft hij zijn gezin aan boord gehad. Op welke schepen hij
heeft dienst gedaan en in welke rangen is niet bekend.
Waarschijnlijk aflosreizen, toezicht bij het verrichten van
reparaties en verbouwingen. In de winter van 1887 heeft Teensma
gesolliciteerd naar een plaats als gezagvoerder bij de heer
Sijbring te Dokkum (brief 18-4-1887), een vacature door het
overlijden van een kapitein.
Van 1888-1895 vaart hij als kapitein op het driemast volschip
Graafstroom groot 1359 tonnen, gebouwd in 1879 op de
scheepswerf van J. Smit Czn te Alblasserdam. Deze is tevens
reder. Het naamsein is N.V.B.T. In de zes jaren worden drie
reizen met de Graafstroom gemaakt naar Nederlands Oost Indië
en één naar Kaapstad en via Pensacola terug naar Engeland. In
April 1888 lost hij in Cardiff kapitein J.I. de Vries af.
Grote schade, reparaties of veranderingen zijn niet vermeld.
Ook maakte hij de laatste reis naar Indië mee als kapitein.
Het had voor de uitreis 117 dagen, voor de thuisreis 146 dagen
nodig. De Graafstroom was het laatste houten volschip in ons
land gebouwd.
Van 1888-1894 vaart hij als kapitein op het stalen fregat De Ruyter groot 1689 tonnen, gebouwd in 1891 op de scheepswerf
Concordia van Huygens en van Gelder in Amsterdam. Naamsein
P.R.N.G.
|
De rederij is A.D. Zurmuhlen en H.G. Ruhaak te
Amsterdam.
Als stuurmansleerling wordt in Dublin behalve de 1e
stuurman op 26 September 1895 aangemonsterd T.P. de Boer
(Thomas de Boer), geboren 5-10-1881.
Met het fregat De Ruyter maakt Teensma de volgende reizen:
In September 1895 van Dublin naar New York, Semarang,
Soerabaia, Barbados, New York, eind April 1897: 20 maanden.
Een 2e rondreis verliep als volgt: 2 mei 1897 vanuit New York
naar Soerabaja en Pasoeroean terug op Philadelpia en New York
eind April 1898.
Een 3e rondreis ging vanuit New York - Philadelphia naar
Soerabaja - Pasoeroean terug op New York Mei 1899.
Op 1 juli 1899 ligt het fregat De Ruyter bij Hunters-Point
(Stateneiland) gereed voor voor een 4e reis met als eerste
bestemming de rede van Anjer (voor Batavia). Een grote afstand
om zonder onderbreking te maken. De lading bestaat uit 67.500
kisten olie. Tankschepen waren er nog niet. Van de bemanning,
groot 26 koppen hebben maar 7 de Nederlandse nationaliteit. Op
de eerste zeedag vallen de derde stuurman en een matroos uit
de mast. Beide slachtoffers zijn later aan boord overleden. Op
30 September wordt het eiland Amsterdam gepasseerd en op 28
October laat men het anker vallen op de rede van Anjer, na een
reis van 120 zeedagen. Op 6 December worden de laatste kisten
gelost. Tussen 6 en 30 December daaropvolgend worden in
Semarang 6737 krantjangst en 5899 zakken suiker geladen met
bestemming de oostkust van Verenigde Staten van Noord Amerika.
De diepgang bij vertrek was voor 20' en achter 20' 9''.
Alvorens op reis te gaan worden 2 matrozen afgemonsterd wegens
gepleegde dienstweigering en tevens de kok op dokters advies.
Op 4 Januari 1900 begint om 5 uur de grote reis met bestemming
Delaware. Op 31 Mei valt het anker op de rede van Henlopen.
Een zeereis van 148 dagen.
Het fregat wordt gerekend tot de snelle schepen. In de pers
wordt over het één en ander gesproken. Of de De Ruyter ter
bespoediging van de reis via het Suezkanaal vaart is niet
bekend.
In de af te leggen mijlen ontlopen de routes via het
Suezkanaal of rond Kaap de Goede Hoop elkaar niet zoveel. De
lading wordt gelost in Boston, waarna de De Ruyter naar New
York gaat. Aldaar wordt met assistentie van 2 sleepboten op 27
Juni het schip naar een andere ligplaatst verhaald. Onderweg
hebben de twee sleepboten het schip tijdens een plotseling
opkomende donderbui met harde wind, niet meer onder controle.
Het schip wordt tegen de hoek van een in de rivier uitstekende
pier gedrukt. Bij deze aanvaring worden 4 platen en 2 spanten
ingedrukt. Voorzover kan worden bekeken, zou deze schade de
enige grote schade zijn geweest in de loopbaan van Pieter
Teensma als gezagvoerder.
Op 31 Juli 1900 wordt in Nederland de bemanning afgemonsterd.
Intussen heeft de reder het schip verkocht aan de Nederlandse
Scheepvaartmij, te Amsterdam. In 1901 vaart J. Kuiper als
kapitein op De Ruyter. In 1903 wordt het fregat voor 1800
Engelse ponden verkocht naar Noorwegen aan de rederij Brugge
en Co en herdoopt in Rona. Ze verbrandde op 27 Augustus 1910
op reis van Engeland naar Valparaiso.
Een schilderij van de De Ruyter bevindt zich bij zijn kleinzoon
van dezelfde naam te Schiermonnikoog. Een schilderij van De
Graafstroom bevind zich bij Duka Teensma, een kleindochter
te Schiermonnikoog.
In de twee volgende jaren is Pieter Jeppe Teensma nog wel
betrokken bij de scheepvaart. Helaas is over deze periode,
1901-1903 niets bekend. Het is mogelijk dat hij overgestapt is op
de stoomvaart en aldaar in een ondergeschikte rang is blijven
varen. Meerdere oud zeilkapiteins hebben dit gedaan om aan de
kost te komen. Deze methode bevalt in de praktijk niet. In
1903 sluit hij zijn zeemanslooppbaan af en brengt hij de
volgende jaren op Schiermonnikoog door.
Met De Graafstroom liep het ook slecht af, het schip wordt
in 1899 vermist op reis van Darien naar Queenstown.
Pieter Jeppe Teensma was niet aangesloten bij een
zeemanscollege.
|